NL2PL
słownik wyrażeń holendersko - polskich
|
a
|
b
|
c
|
d
|
e
|
f
|
g
|
h
|
i
|
j
|
k
|
l
|
m
|
n
|
o
|
p
|
Q
|
r
|
s
|
t
|
u
|
v
|
w
|
x
|
y
|
z
|
Po niderlandzku:
broek, drasland, moe
blind
patrouilleren
indoen, insteken, st
doodsangst, doodsstr
matigheid
koek, cake
vlijen, leggen, neer
zwaarhoofdig, pessim
hel
constructie, bouw, a
eiwit, proteine
onopgesmukt, onbedek
mode, modus, wijs
dribbelen, draven
aanschieten
tandpijn, kiespijn
mogelijkheid
communisme
afstelling, instelli
opslaan
zweer
kieuw
afgrijselijk
speurwerk, speurtoch
functioneren, het do
aanhechten
negatief, cliché
Maria-Hemelvaart
promoveren, bevorder
verwonderen, bevreem
psychiatrisch
produktie, gewrocht,
vormsel, aanneming
kuit, viskuit, kikke
jou, aan jou, aan je
teken, voorbode, voo
ten geschenke
ontvoeren
verkrijgen, buit mak
bedroefdheid, zielel
natuurlijk
actueel
schare, troep, bende
stoffig
missie, opdracht, ze
voortmaken, spoed ma
ministerie
snel, spoedig, gezwi
karmozijn, donkerroo