słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
anus, aars [nl]
odbytnica[pl]
aanwenden, doorvoeren [nl] - ćwiczenia [pl]
vrouwelijk [nl] - rzeczownik rodzaju żeńskiego [pl]
bezwijmen, bewusteloos raken [nl] - omdlenie [pl]
medicus, dokter, arts, geneesheer [nl] - lekarz [pl]
heden, vandaag [nl] - dzi¶ [pl]
doodgaan, overlijden, sterven [nl] - umierać [pl]
beter maken, genezen, helen [nl] - zaradzić [pl]
gaanderij, galerij, gang, galerie [nl] - galeria [pl]
richtmiddel, zoeker, vizier [nl] - widok [pl]
Baltische Zee [nl] - Bałtyk [pl]