słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Tłumaczenie:

dekken, beleggen, toedekken, bedekken [nl]

osłoną[pl]



   beneden, daarbeneden, onder [nl] - poniżej granicy dolnej [pl]
   verstopping, constipatie, obstipatie [nl] - zaparcie [pl]
   wolf [nl] - wilk [pl]
   puzzel, raadsel [nl] - zagadka [pl]
   geruim, aanmerkelijk, aanzienlijk [nl] - pokaźny [pl]
   omlijning, omtrek [nl] - kontur [pl]
   voorbode, voorteken, teken [nl] - znak zastrzeżony usługi [pl]
   bloedarmoede, anemie [nl] - anemia [pl]
   verdeling, uitreiking [nl] - dystrybucją [pl]
   afdoend, een conclusie wettigend [nl] - niezbity [pl]