słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
dekken, beleggen, toedekken, bedekken [nl]
osłon±[pl]
zinken, aan de grond raken [nl] - ton±ć [pl]
titel, kop, onderschrift, graad [nl] - kurs [pl]
beitelen [nl] - dłuto [pl]
zaagvormig [nl] - zygzak [pl]
kader, omlijsting, lijst, raam [nl] - podstaw± [pl]
doorsnijden, sectie verrichten [nl] - rozci±ć [pl]
diefstal, ontvreemding [nl] - złodziejstwo [pl]
versnelling, acceleratie [nl] - rozruch [pl]
veranderen, anders maken [nl] - odmiana [pl]
teken, symptoom, verschijnsel [nl] - objaw [pl]