słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Tłumaczenie:

parel [nl]

perłowy[pl]



   uit het hoofd leren, van buiten leren [nl] - zapamiętać [pl]
   aanhouden, blijven aandringen [nl] - trwać dłużej niż [pl]
   toejuichen, bij acclamatie benoemen [nl] - przyjmować [pl]
   resolutie, motie [nl] - rezolucja [pl]
   aankomen, belanden, arriveren [nl] - nadchodzić [pl]
   vertraging [nl] - opóźnić [pl]
   een beetje, enigszins, een weinig [nl] - kilka [pl]
   beeld, prent, afbeelding, plaat [nl] - obraz tytułowy [pl]
   verstrooiing, afleiding [nl] - roztargnienie [pl]
   nonsens, onzin, zever, gekheid [nl] - nonsens [pl]