słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
maas, breisteek, steek, strik [nl]
pętl±[pl]
mij, ik, me [nl] - ja [pl]
paardestal, stal [nl] - zagroda [pl]
aanwending, toepassing [nl] - podanie [pl]
een duw geven, toestoten, aanstoten [nl] - szturchnięcie [pl]
wervelkolom, spin, ruggegraat [nl] - jeża) [pl]
op een klos winden, winden, spoelen [nl] - wiatr [pl]
evenmin, noch [nl] - żaden [pl]
in beslag nemen, opslorpen, absorberen [nl] - absorbować [pl]
vloeipapier [nl] - suszka [pl]
heroisch, heldhaftig [nl] - heroiczny [pl]