słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
verbinden, aan elkaar vastmaken [nl]
połącz[pl]
regelmatig, symmetrisch [nl] - symetryczny [pl]
tintelen, schuimen, bruisen [nl] - piana [pl]
klaarblijkelijk, duidelijk, blijkbaar [nl] - widocznie [pl]
rechtopstaand, verticaal [nl] - pionowy tranzystor polowy [pl]
affiche, aanplakbiljet, plakkaat [nl] - spostrzec [pl]
comprimeren [nl] - kompres [pl]
sik, geit, bok [nl] - koza [pl]
vraagstuk, vraagpunt, probleem, opgave [nl] - problem [pl]
afvaardiging, delegatie [nl] - delegacją [pl]
personage, persoon [nl] - postać [pl]