słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
vaan, dundoek, vlag [nl]
sztandar[pl]
astroloog, sterrenwichelaar [nl] - astrolog [pl]
stoppen, dichten, dichtmaken [nl] - zatkać [pl]
nonsens, onzin, zever, gekheid [nl] - głupstwo [pl]
binnenste, inwendige [nl] - wewnętrzny [pl]
goeduitziend [nl] - przystojny [pl]
haakje, slot, spang, agraaf [nl] - hak [pl]
logeren [nl] - kropce [pl]
buffer, bumper, stootkussen [nl] - bufor wyjściowy [pl]
hoog, verheven [nl] - główny [pl]
onbezet, los, vlot, open, onbelemmerd [nl] - gratis [pl]