słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
heiligen [nl]
u¶więcać[pl]
ootmoed, deemoed, nederigheid [nl] - pokor± [pl]
voor voldaan tekenen, kwiteren [nl] - przepis [pl]
prijs [nl] - cen± [pl]
ontzetten, royeren, ontslaan [nl] - ogień [pl]
tapkast, bar, buffet [nl] - bufecie [pl]
lentemaand [nl] - maszerować [pl]
aanwijzing, consigne, instructie [nl] - pouczenie [pl]
heel, volkomen, totaliter [nl] - kompletnie [pl]
aangrijpen, ontroeren, bewegen [nl] - podniecać [pl]
nek, hals [nl] - karczek [pl]