słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
volkomen, totaliter, heel [nl]
w budowie[pl]
erkennen, bekennen, biechten, toegeven [nl] - przyznawać rentę [pl]
zelfrespect, zelfgevoel, waardigheid [nl] - godność para [pl]
wervelkolom, spin, ruggegraat [nl] - jeża) [pl]
hergeven, reproduceren, teruggeven [nl] - powrót do nowego wiersza [pl]
arrangeren, aanrichten, ordenen [nl] - układać w stos [pl]
uitspreken [nl] - oświadczać się [pl]
ingeboren [nl] - wrodzony [pl]
richtmiddel, zoeker, vizier [nl] - widok [pl]
Boedapest [nl] - Budapeszt [pl]
marine, zeemacht [nl] - flota [pl]