słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Tłumaczenie:

waarde, gehalte [nl]

wartość[pl]



   aflopen, ophouden, uitgaan, eindigen [nl] - wygasnąć [pl]
   oppermachtig, soeverein, oppermachtig [nl] - suweren moneta [pl]
   sarcasme [nl] - sarkazm [pl]
   spanning, voltage [nl] - napięcie (elektryczne) [pl]
   mop, pots, kwinkslag, grol, grap [nl] - żart [pl]
   wollen [nl] - wełną [pl]
   achteruit, achterwaarts, rugwaarts [nl] - być zaskoczonym [pl]
   verwijderd, ververwijderd, ver [nl] - host odległy [pl]
   opdragen, spenderen, spanderen [nl] - dedykować [pl]
   afdrijven, op drift zijn, drijven [nl] - tendencja [pl]