słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Tłumaczenie:

onbewerkt, bot, onbehouwen, grof, cru [nl]

wzburzony[pl]



   mosterd [nl] - musztarda [pl]
   doods, dodelijk [nl] - głuchy [pl]
   ontzetten, royeren, ontslaan [nl] - wyzwolić [pl]
   entree, ingang, toegang [nl] - wejście [pl]
   inpakken, pakken, verpakken [nl] - spakować się [pl]
   al, reeds, alvast, alreeds [nl] - przedtem [pl]
   hemels, hemel- [nl] - niebiański [pl]
   lucht-, met lucht gevuld, bovengronds [nl] - narzut [pl]
   festijn, feestmaal, smulpartij, gelag [nl] - biesiadą [pl]
   in de steek laten, laten merken [nl] - zawieść [pl]