słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Tłumaczenie:

actie, handeling, optreden, gedoe [nl]

akcja[pl]



   parel [nl] - perłowy [pl]
   tuinboon, boon, veldboon [nl] - ziarnko (grochu [pl]
   ergeren, verontwaardigen [nl] - denerwował [pl]
   deelnemen, meemaken, meedoen [nl] - wziąć udział [pl]
   bedanken, neerleggen, afstand doen [nl] - zrzec się tronu [pl]
   niettegenstaande, in weerwil van [nl] - pomimo [pl]
   aanzetten tot, activeren, aanzetten [nl] - start of header [pl]
   abdis [nl] - matka przełożona [pl]
   trek hebben in, verkiezen, begeren [nl] - apetyt [pl]
   ontzetten, royeren, ontslaan [nl] - pożar [pl]