słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
laaien, vlammen [nl]
flam±[pl]
vormen, formeren, aangaan [nl] - arkusz kalkulacyjny [pl]
invloed hebben op, beinvloeden [nl] - autorytecie [pl]
uitloven, bieden, aanbieden [nl] - zapowiedzieć [pl]
anticiperen, prejudiciëren [nl] - oczekiwać na sygnał [pl]
werkzaam, actief, bedrijvig [nl] - aktywny [pl]
aantrekkelijkheid [nl] - czar [pl]
code [nl] - kod [pl]
actie, aandeel [nl] - rozłam [pl]
aanplakken [nl] - urz±d pocztowy [pl]
vernieuwen, renoveren [nl] - podejmować na nowo [pl]