słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Tłumaczenie:

jaartelling, item, deeltje, deel [nl]

fragment[pl]



   ontsluiten [nl] - odryglować [pl]
   aanklacht, beschuldiging [nl] - ładunek [pl]
   een glijvlucht maken, zweefvliegen [nl] - ¶lizg [pl]
   grijpen, bemachtigen [nl] - chwyt [pl]
   een geintje maken [nl] - nabierać [pl]
   analytisch [nl] - analityczny [pl]
   graagte, eetlust, hongerigheid, trek [nl] - oklaskiwać [pl]
   loslaten, uitlaten, tappen, lossen [nl] - udostępnienia [pl]
   accapareren, opkopen [nl] - zmonopolizować [pl]
   medegevoel, deelneming [nl] - sympati± [pl]