słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
balanceren, doen schommelen [nl]
hu¶tać się[pl]
dieselmotor, diesel [nl] - diesel [pl]
voeding, kost, voeder, voedingsmiddel [nl] - karmidła [pl]
periode, tijdvak [nl] - staż [pl]
ruineren, te gronde richten [nl] - destrukcj± [pl]
bal, handpalm, palm [nl] - palma [pl]
betekenen, dagen, dagvaarden [nl] - wyznaczyć [pl]
extern, buiten-, uitwendig, uiterlijk [nl] - zewnętrzny [pl]
technologie [nl] - technologia) drop-on-demand [pl]
in, te, binnen, per [nl] - do [pl]
wezel, marter [nl] - łasica [pl]