słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Tłumaczenie:

echter, maar, niettemin, toch [nl]

jednak[pl]



   aalbes, bes [nl] - porzeczce [pl]
   grof, bot, onbewerkt, onbehouwen, cru [nl] - nieprzetworzony [pl]
   luifel, afdak [nl] - szopa [pl]
   adviseren, aankondigen, bekendmaken [nl] - ogłaszać [pl]
   verstrikken, betrekken, verwarren [nl] - plątać [pl]
   laten schieten, laten begaan, laten [nl] - niech [pl]
   vormsel, aanneming [nl] - zatwierdzenie [pl]
   gloeiend, verzendend, vurig, verterend [nl] - żarliwy [pl]
   apache, straatschuimer [nl] - Apacz [pl]
   doel, plan, bedoeling, strekking [nl] - znaczący [pl]