słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
hecht, fors, potig, ferm, robuust [nl]
mocny[pl]
schier, bijkans, haast, bijna [nl] - nieomal [pl]
kankeren, mopperen, sputteren, morren [nl] - warknąć [pl]
rederijkerskunst, retoriek [nl] - retoryce [pl]
het gevolg zijn van, afstammen [nl] - dawać ogłoszenie [pl]
erkentelijkheid, dankbaarheid [nl] - wdzięczność [pl]
volkomen, totaliter, heel [nl] - w budowie [pl]
woest, wild [nl] - dziki (wzrok) [pl]
informatie [nl] - informacje [pl]
verbinden, aan elkaar vastmaken [nl] - połącz [pl]
haarkloven, bedillen [nl] - wykręcie [pl]