słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Tłumaczenie:
pisang, banaan [nl]
banan[pl]
podium, bestuur, tribune, leiding [nl] - podium [pl]
plagen [nl] - dokuczać [pl]
overlappen [nl] - nakładka nakładkować [pl]
vraagstuk, vraagpunt, probleem, opgave [nl] - problem [pl]
aandienen, aankondigen, adverteren [nl] - meldować [pl]
het uiterlijk hebben van, er uitzien [nl] - szukać [pl]
in het groot [nl] - hurtowy [pl]
uitkammen, kammen [nl] - grzebień [pl]
vrouwelijk [nl] - rodzaju żeńskiego [pl]
ampel, gedetailleerd, in het klein [nl] - drobiazgowy [pl]