słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 2663
aal, paling
aalbes, bes
aalbes, bes
aalbes, bes
aalmoes
aalmoezenier, veldprediker
aalmoezeniershuis, armhuis
aalwaardig, aalwarig, eenvoudig
aalwaardig, aalwarig, eenvoudig
aalwaardig, aalwarig, eenvoudig
aalwaardig, gemelijk, aalwarig
aalwarig, aalwaardig, gemelijk
aalwarig, eenvoudig, aalwaardig
aalwarig, eenvoudig, aalwaardig
aalwarig, eenvoudig, aalwaardig
aambeeld, aanbeeld
aambeeld, aanbeeld
aambeeld, aanbeeld
aambei
aan boord
aan boord
aan boord
aan boord
aan boord gaan, scheep gaan
aan boord gaan, scheep gaan
aan de grond lopen, stranden
aan de grond lopen, stranden
aan de grond lopen, stranden
aan de grond lopen, stranden
aan de scharrel zijn, fladderen
aan de scharrel zijn, fladderen
aan de scharrel zijn, fladderen
aan de scharrel zijn, fladderen
aan de scharrel zijn, fladderen
aan de scharrel zijn, fladderen
aan de scharrel zijn, fladderen
aan de scharrel zijn, fladderen
aan de, het, aan het, de, naar de
aan de, het, aan het, de, naar de
aan flarden gescheurd
aan het einde, achteraan
aan het einde, achteraan
aan land gaan, landen
aan land gaan, landen
aan land gaan, landen
aan ons, ons
aan ze, ze, hun, aan hun
aan ze, ze, hun, aan hun
aan ze, ze, hun, aan hun
aan, nabij, bij, dichtbij, naast