słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 2242
bevestigen, aannemen
bevestigen, aannemen
bevestigen, aannemen
bevestigen, aannemen
bevestigen, fixeren, bepalen
bevlieging, bui, gril, nuk, kuur
bevlieging, bui, gril, nuk, kuur
bevloeien, gieten, begieten, sproeien
bevloeien, gieten, begieten, sproeien
bevloeien, gieten, begieten, sproeien
bevoegdheid, kwalificatie
bevoegdheid, kwalificatie
bevoegdheid, kwalificatie
bevoegdheid, kwalificatie
bevoegdheid, kwalificatie
bevoelen, tasten, voelen, betasten
bevoelen, tasten, voelen, betasten
bevoelen, tasten, voelen, betasten
bevoelen, tasten, voelen, betasten
bevolking
bevolking
bevolking
bevoorrecht, voorrangs-
bevordering, promotie
bevordering, promotie
bevordering, promotie
bevorderlijk, dienstig, nuttig
bevorderlijk, dienstig, nuttig
bevorderlijk, dienstig, nuttig
bevredigen, paaien, tegemoetkomen aan
bevredigen, paaien, tegemoetkomen aan
bevredigen, paaien, tegemoetkomen aan
bevredigen, paaien, tegemoetkomen aan
bevredigend
bevredigend
bevredigend
bevreemdend, verbazingwekkend
bevreemdend, verbazingwekkend
bevreemdend, verbazingwekkend
bevrijden
bevrijden
bevrijden
bevroren
bevroren
bewaken, de wacht hebben, bewaren
bewaken, de wacht hebben, bewaren
bewaken, de wacht hebben, bewaren
bewaken, de wacht hebben, bewaren
bewaken, de wacht hebben, bewaren
bewaken, de wacht hebben, bewaren