słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 2242
bezoeken, afgaan, opzoeken
bezoeken, geregeld bezoeken
bezoeken, geregeld bezoeken
bezoeken, geregeld bezoeken
bezoeken, geregeld bezoeken
bezoeker
bezoeker
bezoeker
bezoeker
bezoeker
bezoeker
bezorgd zijn, zich bekommeren, zorgen
bezorgd zijn, zich bekommeren, zorgen
bezorgd zijn, zich bekommeren, zorgen
bezorgd zijn, zich bekommeren, zorgen
bezorging, aanvoer
bezorging, aanvoer
bezorging, aanvoer
bezorging, aanvoer
bezorging, aanvoer
bezwaar, moeilijkheid, strubbeling
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid
bezweren, smeken, bidden
bezwijmen, bewusteloos raken
bezwijmen, bewusteloos raken
bezwijmen, bewusteloos raken
bezwijmen, bewusteloos raken
bibliografie
bidden
bidden
bief, biefstuk
biefstuk, bief
biefstuk, bief
biefstuk, bief
bier
bier
bier
bier
bij voortduring, permanent, aldoor
bij-, ver, zij-, minder belangrijk
bij-, ver, zij-, minder belangrijk
bij-, ver, zij-, minder belangrijk
bij-, ver, zij-, minder belangrijk
bijbehorend, bijkomend, bijkomstig
bijbehorend, bijkomend, bijkomstig
bijbehorend, bijkomend, bijkomstig