NL2PL

słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Znaleziono: 2242

POKAŻ STRONĘ: 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44

bezoeken, afgaan, opzoeken
bezoeken, geregeld bezoeken
bezoeken, geregeld bezoeken
bezoeken, geregeld bezoeken
bezoeken, geregeld bezoeken
bezoeker
bezoeker
bezoeker
bezoeker
bezoeker
bezoeker
bezorgd zijn, zich bekommeren, zorgen
bezorgd zijn, zich bekommeren, zorgen
bezorgd zijn, zich bekommeren, zorgen
bezorgd zijn, zich bekommeren, zorgen
bezorging, aanvoer
bezorging, aanvoer
bezorging, aanvoer
bezorging, aanvoer
bezorging, aanvoer
bezwaar, moeilijkheid, strubbeling
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid
bezweren, smeken, bidden
bezwijmen, bewusteloos raken
bezwijmen, bewusteloos raken
bezwijmen, bewusteloos raken
bezwijmen, bewusteloos raken
bibliografie
bidden
bidden
bief, biefstuk
biefstuk, bief
biefstuk, bief
biefstuk, bief
bier
bier
bier
bier
bij voortduring, permanent, aldoor
bij-, ver, zij-, minder belangrijk
bij-, ver, zij-, minder belangrijk
bij-, ver, zij-, minder belangrijk
bij-, ver, zij-, minder belangrijk
bijbehorend, bijkomend, bijkomstig
bijbehorend, bijkomend, bijkomstig
bijbehorend, bijkomend, bijkomstig

Po niderlandzku:

  • ammunitie, munitie
  • strip, windsel, stro
  • hinkelen
  • louter, enkel, bloot
  • landkaart, kaart
  • Amerika
  • laten blijken, manif
  • systeem, stelsel, be
  • kramp, nietje, klamp
  • verordenen, decreter
  • dadelijk, onmiddelli
  • Cyprus
  • zagen
  • diplomaat
  • ophitsen, agiteren,
  • toelachen, bekoren,
  • dalen, kleiner worde
  • afdrogen, kletteren,
  • lopen, van stapel lo
  • kans lopen, op het s
  • trouw, getrouw
  • mysterieus, geheimzi
  • lagune, kustmeer
  • piek, top, neus, tip
  • categorie
  • alledaags, afgezaagd
  • druilerig, slaperig
  • monteren, zetten
  • springen
  • boerten, schertsen,
  • beneden, daarbeneden
  • struif, omelet
  • blijvend, aanhoudend
  • vragen
  • afbeelding, prent, p
  • barriere, afsluiting
  • zinspelen
  • troon
  • vrijdom, vrijheid, v
  • jeugdigheid, jeugd
  • anders maken, verand
  • morgenlicht, aurora,
  • stenen, kreunen, ste
  • afraffelen
  • buiten-, extern, uit
  • minachten, verachten
  • dicteren
  • droes, boze, duivel,
  • aanbinden, meren
  • comprimeren
Website template odzież reklamowa wynajem nagłośnienia Daab Auto giełda Projektowanie Logo zwiedzanie krakowa ile jeść Śmieszne filmiki kulturystyka www praca