NL2PL

słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Znaleziono: 2242

POKAŻ STRONĘ: 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44

barst
barst
barst
barst
barsten, splijten, scheuren
barsten, splijten, scheuren
barsten, splijten, scheuren
barsten, splijten, scheuren
baseball
baseball
baseren, grondvesten, funderen
baseren, grondvesten, funderen
baseren, grondvesten, funderen
baseren, grondvesten, funderen
basis-
basis-
basis-
basis-
basis-
basis-
basis-
basketball
basketball
bastion, bolwerk, wal, omwalling
baud
baud
baud
baud
baviaan
beamen, billijken, goedkeuren
beamen, billijken, goedkeuren
beamen, billijken, goedkeuren
beamen, billijken, goedkeuren
beamen, billijken, goedkeuren
bebouwen, bewerken, kweken
bebouwen, bewerken, kweken
bebouwen, bewerken, kweken
bedaard, kalm, gerust, rustig
bedaard, kalm, gerust, rustig
bedaard, stil, rustig, kalm
bedaard, stil, rustig, kalm
bedaard, stil, rustig, kalm
bedaard, stil, rustig, kalm
bedaard, stil, rustig, kalm
bedacht zijn op, verwachten
bedanken, neerleggen, afstand doen
bedanken, neerleggen, afstand doen
bedanken, neerleggen, afstand doen
bedaren, bekoelen, luwen
bedaren, bekoelen, luwen

Po niderlandzku:

  • onaardig, honds, nur
  • span
  • aanmelding
  • spreken, praten
  • rusten
  • aanzetschakelaar, st
  • slaan, klappen, klop
  • duif, tamme duif
  • sigaar
  • ophef, leven, rumoer
  • buitenlands, vreemd,
  • honing
  • behoedzaam, voorzich
  • aanvliegen
  • verglazen, glazuren,
  • schaakmat, mat
  • echtbreker
  • vitrine
  • geel
  • lidmaatschap
  • muiterij, onlusten,
  • ombuigen, buigen, do
  • jury
  • Madrid
  • landkaart, kaart
  • monteren, zetten
  • houding
  • inboorling
  • declaratie, verklari
  • mennen, dirigeren, r
  • moeite, poging
  • aankondiging, verkon
  • neutraal, afzijdig,
  • knarsen, piepen
  • aangeven
  • aanwijzing, consigne
  • deken, decaan
  • aanhalingstekens
  • complex, samengestel
  • plicht, verplichting
  • puzzel, raadsel
  • vlakte
  • aanzwellen
  • ophopen, opeenhopen,
  • fopperij, bedotterij
  • gedachte, mening, op
  • achtervoegsel, suffi
  • uiterste deel, einde
  • gescheld
  • samenscholing
Website template Logo Firmy wynajem mieszkań warszawa spawanie aluminium odzież reklamowa reklama w internecie kartki urodzinowe informacje nawigacje gps gry Szkolenia