słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 2242
bouwondernemer, aannemer
bouwondernemer, aannemer
bouwondernemer, aannemer
bouwondernemer, aannemer
bouwvallig, gammel, aftands
bouwvallig, gammel, aftands
bouwvallig, gammel, aftands
bouwvallig, gammel, aftands
boven
boven
boven
boven
bovenbeen, dij
bovenbeen, dij
bovendien, verder, voorts, daarenboven
bovendien, verder, voorts, daarenboven
bovengenoemd
bovengenoemd
bovenste
bovenste
bowling
box
box
box
box
box
box
box
braadpan, steelpan, pan
braam
braam
braden, roosteren, branden
braden, roosteren, branden
braden, roosteren, branden
braille, blindenschrift
bramsem
brancard, draagbaar
brancard, draagbaar
branche, vak, tak
branche, vak, tak
branche, vak, tak
branche, vak, tak
branche, vak, tak
branche, vak, tak
branche, vak, tak, afdeling
branche, vak, tak, afdeling
branche, vak, tak, afdeling
branche, vak, tak, afdeling
brandbaar
branden, braden, roosteren