słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Znaleziono: 2242

POKAŻ STRONĘ: 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44

bekeren
bekeren
bekeuring, notulen, proces-verbaal
bekeuring, proces-verbaal, notulen
bekeuring, proces-verbaal, notulen
bekeuring, proces-verbaal, notulen
beklaagde, beschuldigde, aangeklaagde
beklaagde, beschuldigde, aangeklaagde
beklemmen, obsederen
beklemmen, obsederen
beklemming, angst, benauwdheid
beklemming, angst, benauwdheid
beklemming, angst, benauwdheid
beklemming, angst, benauwdheid
beklemming, angst, benauwdheid
beklemming, benauwdheid, angst
beklemming, benauwdheid, angst
beklemming, benauwdheid, angst
beklemming, benauwdheid, angst
beklemtonen, accentueren
beklemtonen, accentueren
beklemtonen, accentueren
beklemtonen, accentueren
beklijven, duren, aanhouden
beklijven, duren, aanhouden
beknotten, begrenzen, beperken
beknotten, begrenzen, beperken
beknotten, begrenzen, beperken
beknotten, beperken, begrenzen
beknotten, beperken, begrenzen
beknotten, beperken, begrenzen
bekoelen, bedaren, luwen
bekoorlijk, innemend, charmant
bekoorlijk, innemend, charmant
bekoorlijk, innemend, charmant
bekoorlijk, innemend, charmant
bekostigen, financieren
bekostigen, financieren
bekostigen, financieren
bekronen, kronen
bekronen, kronen
bekronen, kronen
bekronen, kronen
bekronen, kronen
bekronen, kronen
bekroning, kroning
bekroning, kroning
bekwaam, capabel, kundig
bekwaam, capabel, kundig
bekwaamheid, kundigheid