słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 524
contant, baar
contant, baar
contant, baar
continent, vasteland, werelddeel
continent, vasteland, werelddeel
continent, werelddeel, vasteland
continent, werelddeel, vasteland
controleren, checken, aflezen
controleren, checken, aflezen
controleren, checken, aflezen
controleren, checken, aflezen
controleren, checken, aflezen
controleren, checken, aflezen
controleren, checken, aflezen
controleur, supervisor, opzichter
controverse, pennestrijd, polemiek
controverse, pennestrijd, polemiek
controverse, pennestrijd, polemiek
converseren, een gesprek voeren
converseren, een gesprek voeren
converseren, een gesprek voeren
copyright, kopijrecht
copyright, kopijrecht
copyright, kopijrecht
corresponderen
corresponderen
corresponderen
corresponderen
corroderen, aantasten, bijten
corroderen, aantasten, bijten
Corsica
courant, dagblad, krant
courant, dagblad, krant
courant, dagblad, krant
courant, dagblad, krant
courant, dagblad, krant
courant, dagblad, krant
courtage
courtage
couvert, envelop, enveloppe
couvert, envelop, enveloppe
couvert, envelop, enveloppe
couvert, envelop, enveloppe
cowboy
coyote, prairiewolf
creditzijde, tegoed, krediet, credit
creditzijde, tegoed, krediet, credit
creditzijde, tegoed, krediet, credit
creditzijde, tegoed, krediet, credit
creditzijde, tegoed, krediet, credit