słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 946
doen, bezig zijn, ageren, handelen
doen, bezig zijn, ageren, handelen
doen, bezig zijn, ageren, handelen
doen, bezig zijn, ageren, handelen
doen, maken, laten doen, laten
doen, maken, laten doen, laten
doen, maken, laten doen, laten
doen, maken, laten doen, laten
doen, maken, laten doen, laten
doen, maken, laten doen, laten
doffe onverschilligheid, lethargie
doffe onverschilligheid, lethargie
dok
dok
dok
dol, razend, hondsdol
doldriftig, verwoed, woedend, dol
doldriftig, verwoed, woedend, dol
dolk
dolk
dollar
dolzinnig, dol, gek, krankzinnig
dolzinnig, dol, gek, krankzinnig
dom, simpel, onnozel, flauw
dom, simpel, onnozel, flauw
dom, simpel, onnozel, flauw
dominion
dominion
Don
Donau
donderdag
dood, overlijden, sterfgeval
dood, overlijden, sterfgeval
doodgaan, overlijden, sterven
doodgaan, overlijden, sterven
doodgaan, overlijden, sterven
doodkist, kist
doodlopende weg
doods, dodelijk
doods, dodelijk
doods, dodelijk
doods, dodelijk
doods, dodelijk
doods, dodelijk
doods, dodelijk
doodsangst, doodsstrijd, agonie
doodsangst, doodsstrijd, agonie
doodsangst, doodsstrijd, agonie
doodsangst, doodsstrijd, agonie
doodsangst, doodsstrijd, agonie