NL2PL

słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Znaleziono: 946

POKAŻ STRONĘ: 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18

draadloze, radio
draadloze, radio
draadloze, radio
draagbaar, portable
draai om de oren, oorveeg, lel
draai om de oren, oorveeg, lel
draai om de oren, oorveeg, lel
draaibank, draaischijf
draaibank, draaischijf
draaibank, draaischijf
draaiboek, scenario, script
draaiboek, scenario, script
draaiboek, scenario, script
draaiboek, scenario, script
draaihek
draaihek
draaihek
draaihek
draaihek
draaihek
draaihek
draaihek
draak, vlieger
drachtig, zwanger
drachtig, zwanger
drachtig, zwanger
drachtig, zwanger
dragen, voorhebben, voeren, brengen
dragen, voorhebben, voeren, brengen
dragen, voorhebben, voeren, brengen
dragen, voorhebben, voeren, brengen
dragen, voorhebben, voeren, brengen
dragen, voorhebben, voeren, brengen
drager, stut, leuning, steun
drager, stut, leuning, steun
drager, stut, leuning, steun
drager, stut, leuning, steun
drank, alcoholische drank, alcohol
drank, alcoholische drank, alcohol
drank, alcoholische drank, alcohol
draperen
drastisch, sterk werkend
dreef, laan
dreef, laan
dreef, laan
dreef, laan
dreigen, bedreigen
dreigen, bedreigen
dreigen, bedreigen
dreigen, bedreigen

Po niderlandzku:

  • aankondiging, verkon
  • bevoelen, tasten, vo
  • straal, spaak
  • kuit, viskuit, kikke
  • prototype
  • bank
  • Vlissingen
  • hoezo, waarom
  • billijk, fair, recht
  • ode
  • biologeren, hypnotis
  • compliceren, ingewik
  • laboratorium
  • evolutie, ontwikkeli
  • inhalen
  • importeren, invoeren
  • allemachtig
  • loven, verheerlijken
  • calorie
  • terrein
  • nobel, edel
  • slagzwaard
  • okee, okay, goed
  • knipogen, knipperen,
  • waterplas, plas, mee
  • een miskraam krijgen
  • algemeen, universeel
  • principe, beginsel,
  • harig, ruig, ruighar
  • bewerker
  • graf, groeve
  • aggregatie, aggregaa
  • tof, tiptop, excelle
  • disputeren, krakelen
  • aanwezige
  • sterrenkijker, teles
  • spijkeren, nagelen
  • reuk, geur, luchtje,
  • tumor, gezwel
  • gans, geheel, comple
  • naald
  • lenen
  • apert, evident, kenn
  • tweespraak, tweegesp
  • toelachen, aanlokken
  • mirakel, wonder
  • tering, tuberculose,
  • schoen
  • een geintje maken
  • aas
Website template telefony komórkowe kolobrzeg ¦mieszne filmiki d±bkowice spotkania towarzyskie kredyty expekt benq-projektor Giełda Sadownicza GRY ONLINE