słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 946
drogbeeld, begoocheling, illusie
drogbeeld, begoocheling, illusie
drom, massa, hoop, menigte, boel
drom, massa, hoop, menigte, boel
drom, massa, hoop, menigte, boel
dromen, mijmeren
dromen, mijmeren
dromen, mijmeren
dromer, mijmeraar
dronken, zat, beschonken
dronken, zat, beschonken
dronken, zat, dol, beschonken
druif
druilen, sluimeren, dutten
druilen, sluimeren, dutten
druilen, sluimeren, dutten
druilen, sluimeren, dutten
druilen, sluimeren, dutten
druilerig, slaperig
druilerig, slaperig
druipen, droppelen, druppelen
druipen, droppelen, druppelen
druipen, droppelen, druppelen
druk, bezet
druk, bezet
drukken, dringen, persen, knellen
drukken, dringen, persen, knellen
drukken, dringen, persen, knellen
drukken, dringen, persen, knellen
drukken, dringen, persen, knellen
drukkend, zwaar
drukkend, zwaar
drukkend, zwaar
drukknoop
drukletter
drukletter
drukletter
drukletter
drukletter
drukletter
drukletter
drukproef
drukproef
drukproef
drukproef
druppel, waterdruppel
druppel, waterdruppel
druppel, waterdruppel
druppel, waterdruppel
druppel, waterdruppel