słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 946
declareren
declareren
decoderen
decoderen
decoderen
decoderen
decor, onderscheiding, decoratie
decor, onderscheiding, decoratie
decor, onderscheiding, decoratie
decor, onderscheiding, decoratie
deduceren, afleiden, abstraheren
deduceren, afleiden, abstraheren
deduceren, afleiden, abstraheren
deduceren, afleiden, abstraheren
deduceren, afleiden, abstraheren
deeg, beslag, pasta
deeg, beslag, pasta
deeg, beslag, pasta
deeg, beslag, pasta
deel, stuk, onderdeel, gedeelte
deel, stuk, onderdeel, gedeelte
deel, stuk, onderdeel, gedeelte
deel, stuk, onderdeel, gedeelte
deel, stuk, onderdeel, gedeelte
deelnemen, meemaken, meedoen
deelnemen, meemaken, meedoen
deelnemen, meemaken, meedoen
deelnemen, meemaken, meedoen
deelnemen, meemaken, meedoen
deels, ten dele
deels, ten dele
deelwoord
Deen
Deens
Deens
defect, stuk, kapot
defect, stuk, kapot
defect, stuk, kapot
defensie, verdediging, weer, afweer
defensie, verdediging, weer, afweer
definiëren, omschrijven, bepalen
definiëren, omschrijven, bepalen
definiëren, omschrijven, bepalen
definitief, voorgoed
degen
degenereren, ontaarden, verbasteren
degenereren, ontaarden, verbasteren
degenereren, ontaarden, verbasteren
degenereren, ontaarden, verbasteren
degenereren, ontaarden, verbasteren