słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 946
degraderen, verlagen
degraderen, verlagen
deken, decaan
deken, dek
dekken, beleggen, toedekken, bedekken
dekken, beleggen, toedekken, bedekken
dekken, beleggen, toedekken, bedekken
dekken, beleggen, toedekken, bedekken
dekken, beleggen, toedekken, bedekken
dekken, beleggen, toedekken, bedekken
dekken, beleggen, toedekken, bedekken
dekken, beleggen, toedekken, bedekken
delegeren, afvaardigen
delegeren, afvaardigen
delegeren, afvaardigen
delegeren, afvaardigen
delirium
Delphi
delta
delta
democraat
democratie
democratie
democratisch
demon, duivel
demonisch, satanisch
demonstratie, vertoning, bewijs
demonstratie, vertoning, bewijs
demonstratie, vertoning, bewijs
demonstratie, vertoning, bewijs
demonstreren, vertonen
demonstreren, vertonen
demonstreren, vertonen
den, zilverspar, spar
den, zilverspar, spar
Denemarken
Denemarken
denneboom, den, pijnboom
departement
departement
departement
departement
departement
departement
departement
departement
deporteren
deporteren
depressie
depressie