słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 627
een wig slaan, een wig steken
een wig slaan, een wig steken
een wind laten
een wind laten
eend
eend
eendrachtig
eendrachtig, harmonisch
eenheid, samenhang, eendracht
eenheid, unit
eenheid, unit
eenheid, unit
eenheid, unit
eenheid, unit
eenhoorn
eenmaal, eens, wel eens, ooit
eenmaal, eens, wel eens, ooit
eenmaal, eens, wel eens, ooit
eens, op een keer
eensgezind, eenparig
eensklaps, onverwachts
eenzaam
eenzaam
eenzijdig
eenzijdig, partijdig
eer, liever
eer, liever
eerbetoon, eerbetuiging
eerbetoon, eerbetuiging
eerbetoon, eerbetuiging
eerbetoon, eerbetuiging
eerbiedigen, respecteren
eerbiedigen, respecteren
eerbiedigen, respecteren
eerbiedigen, respecteren
eerbiedigen, respecteren
eerbiedigen, respecteren
eerbiedigen, respecteren
eerlijk, dapper, flink, braaf
eerlijk, eerzaam, degelijk
eerlijk, eerzaam, degelijk
eerlijk, eerzaam, degelijk
eerlijk, eerzaam, degelijk
eerste
eerste
eerste
eerste
eerstkomend, naast
eerstvolgend, aanstaand, komend
eerstvolgend, aanstaand, komend