NL2PL

słownik wyrażeń holendersko - polskich




| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |





Znaleziono: 627

POKAŻ STRONĘ: 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

eilandengroep, archipel
eindelijk, ten slotte, per saldo
eindelijk, ten slotte, per saldo
eindelijk, ten slotte, per saldo
eirond, ovaal
eirond, ovaal
eirond, ovaal
eisen, rekenen, vereisen, opeisen
eisen, rekenen, vereisen, opeisen
eiwit, proteine
eiwit, proteine
eiwit, proteine
eksteroog, eelt, likdoorn
eksteroog, eelt, likdoorn
eksteroog, eelt, likdoorn
eland
eland
electronisch, elektronisch
electronisch, elektronisch
electronisch, elektronisch
electronisch, elektronisch
elektriciteit
elektriciteit
elektriciteit
elektrisch
elektron
elektronica
element, bestanddeel, beginsel
element, bestanddeel, beginsel
element, bestanddeel, beginsel
element, bestanddeel, beginsel
element, bestanddeel, beginsel
element, bestanddeel, beginsel
elementair
elementair
elementair
elementair
elf
elimineren, afschaffen, opdoeken
elimineren, afschaffen, opdoeken
elimineren, afschaffen, opdoeken
elimineren, afschaffen, opdoeken
elimineren, afschaffen, opdoeken
elk, ieder, alleman, iedere, al
elk, ieder, alleman, iedere, al
elkaar dekken, congruent zijn
elkaar dekken, congruent zijn
elleboog
elleboog
elleboog

Po niderlandzku:

  • boomschors, schors
  • codificeren
  • verordenen, decreter
  • minuscuul, dwergacht
  • idioom, taaleigen
  • draai om de oren, oo
  • groef, kuil, groeve,
  • overweldigend, grand
  • hard, luid
  • kijker, oog
  • acoustisch, akoestis
  • haan van een vuurwap
  • een verband omleggen
  • rol, cilinder
  • zwak
  • wis, bundel, bos
  • insluiten, implicere
  • tribune, leiding, po
  • verkoop, vervreemdin
  • weefsel
  • najade, waternimf
  • gebieder, chef, aanv
  • ontcijferen, ontraad
  • bewoording, betuigin
  • bijwoordelijk
  • blouse, boezeroen, b
  • achterstellen
  • gepast, betamelijk,
  • bezinning, besef, be
  • symmetrie
  • uitbundig, copieus,
  • aanklampen, zich vas
  • cultuur, teelt, besc
  • voetganger
  • hij, hem
  • onmens, barbaar, wre
  • borduren
  • granaatkartets, shra
  • kansel, leerstoel, k
  • vragen, aanvragen, i
  • koorts
  • beter worden, geneze
  • hes, kiel, boezeroen
  • contact hebben, cont
  • schatten, begroten,
  • klapperen, plassen,
  • vervormen
  • zich herinneren, ged
  • pakje
  • springen
Website template drzwi wewnętrzne i drzwi zewnętrzne spawanie Pozycjonowanie sprzedaż samochodów pożarniczych mieszkania do wynajęcia warszawa pozycjonowanie sklep sportowy fitness budownictwo sera