słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 627
ellende, misere, narigheid, armoe
ellende, misere, narigheid, armoe
ellende, misere, narigheid, armoe
ellendeling, ploert, schavuit, boef
ellendeling, ploert, schavuit, boef
ellendeling, ploert, schavuit, boef
ellendeling, ploert, schavuit, boef
ellendig
Elzassisch
elzeboom, els
emailleren
emailleren
emailleren
emailleren
eminent, uitstekend, aanzienlijk
eminent, uitstekend, aanzienlijk
eminent, uitstekend, aanzienlijk
eminent, uitstekend, aanzienlijk
emmer
emmer
emmer
emmer
emmer
emmer
emmer
emmer
emotioneel, aangrijpend, roerend
emotioneel, aangrijpend, roerend
empirisch, experimenteel
empirisch, experimenteel
emplooi, karwei, werk, arbeid
emplooi, karwei, werk, arbeid
emplooi, karwei, werk, arbeid
emplooi, karwei, werk, arbeid
emplooi, karwei, werk, arbeid
emplooi, karwei, werk, arbeid
emplooi, karwei, werk, arbeid
emplooi, karwei, werk, arbeid
emplooi, karwei, werk, arbeid
emplooi, karwei, werk, arbeid
employé, werknemer, personeelslid
en
en
en
en
en
encyclopedie
endossant, overdrager
endossement, giro
energie, arbeidsvermogen, spirit, fut