słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 1155
gaai, Vlaamse gaai
gaai, Vlaamse gaai
gaai, Vlaamse gaai
gaai, Vlaamse gaai
gaan naar, aanpakken, genaken, naderen
gaan naar, aanpakken, genaken, naderen
gaan naar, aanpakken, genaken, naderen
gaan naar, aanpakken, genaken, naderen
gaan naar, aanpakken, genaken, naderen
gaan naar, aanpakken, genaken, naderen
gaan naar, aanpakken, genaken, naderen
gaan naar, aanpakken, genaken, naderen
gaan naar, aanpakken, genaken, naderen
gaan, rijden, varen, karren
gaan, rijden, varen, karren
gaan, rijden, varen, karren
gaan, rijden, varen, karren
gaan, rijden, varen, karren
gaan, zullen
gaan, zullen
gaan, zullen
gaanderij, galerij, gang, galerie
gaanderij, galerij, gang, galerie
gaanderij, galerij, gang, galerie
gaanderij, galerij, gang, galerie
gaarne, graag
gaarne, graag
gaas
gaas
gage, loon, bezoldiging, salaris
gage, loon, bezoldiging, salaris
gage, salaris, bezoldiging, loon
gal
gal, plantengal, galnoot
gal, plantengal, galnoot
gal, plantengal, galnoot
gallon
gallon
gallon
gallon
gallon
galmen, aflopen, kleppen, beieren
galmen, aflopen, kleppen, beieren
galmen, aflopen, kleppen, beieren
galopperen
galopperen
galopperen
gangbaar, geldig, geldend, vigerend
gangbaar, geldig, geldend, vigerend
gangbaar, geldig, geldend, vigerend