słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 817
H-bom, waterstofbom
haag, heg, steg
haag, heg, steg
haag, heg, steg
haag, heg, steg
haai
haai
haakje, klamp, nietje
haakje, klamp, nietje
haakje, klamp, nietje
haakje, kramp, nietje, klamp
haakje, kramp, nietje, klamp
haakje, slot, spang, agraaf
haakje, slot, spang, agraaf
haakje, slot, spang, agraaf
haakje, slot, spang, agraaf
haakjes
haan
haan
haan
haan van een vuurwapen
haan van een vuurwapen
haan van een vuurwapen
haan van een vuurwapen
haar, hun
haar, hun, zijn
haar, hun, zijn
haar, hun, zijn
haar, hun, zijn
haar, hun, zijn
haar, zij, ze
haardos, haar
haardos, haar
haardos, haar
haardos, haar
haardos, haar
haardstede, schoorsteen, schouw
haardstede, schoorsteen, schouw
haardstede, schoorsteen, schouw
haarkloven, bedillen
haarkloven, bedillen
haarkloven, bedillen
haarkloven, bedillen
haas
haast, haastigheid, ijl
haastig, gehaast
haastig, inderhaast, gehaast
haastig, inderhaast, gehaast
haastig, snel, gezwind, gauw, spoedig
hachelijkheid, gevaar