słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 182
ja knikken, knikken
ja knikken, knikken
ja knikken, knikken
ja knikken, knikken
ja knikken, knikken
ja knikken, knikken
ja zeggen, beamen, bevestigen
ja zeggen, beamen, bevestigen
ja zeggen, beamen, bevestigen
ja zeggen, beamen, bevestigen
ja zeggen, beamen, bevestigen
ja, jawel
ja, jawel
jaar
jaar
jaarlijks
jaarlijks
jaarlijks
jaarlijks
jaarlijks
jaarlijks
jaarlijks
jaarlijks
jaartelling, item, deeltje, deel
jaartelling, item, deeltje, deel
jaartelling, item, deeltje, deel
jaartelling, item, deeltje, deel
jacht
jacht
jacht
jager
jager
jakhals
jakhals
jaloers, afgunstig, ijverzuchtig
jaloers, afgunstig, ijverzuchtig
jaloezie, naijver
jaloezie, naijver
jam, moes, marmelade
jam, moes, marmelade
jam, moes, marmelade
jam, moes, marmelade
jam, moes, marmelade
jam, moes, marmelade
jam, moes, marmelade
jam, moes, marmelade
jam, moes, marmelade
jam, moes, marmelade
Jamaica
jammer genoeg, jammer, helaas