słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 1184
klok
klok
klok
klooster, mannenklooster
kloosterzuster, non
kloosterzuster, non
kloosterzuster, non
kloot, kogel, bol
kloot, omgeving, bol, sfeer, gebied
kloot, omgeving, bol, sfeer, gebied
kloot, omgeving, bol, sfeer, gebied
kloot, omgeving, bol, sfeer, gebied
kloot, omgeving, bol, sfeer, gebied
kloot, omgeving, bol, sfeer, gebied
kloot, omgeving, bol, sfeer, gebied
kloppen, pulseren
kloppen, pulseren
kloppen, pulseren
kloppen, slaan, houwen, klappen
klos, spoel, bobine
klos, spoel, bobine
klos, spoel, bobine
klos, spoel, bobine
klotsen, plassen, kabbelen, klapperen
klotsen, plassen, kabbelen, klapperen
klotsen, plassen, kabbelen, klapperen
klotsen, plassen, kabbelen, klapperen
klotsen, plassen, kabbelen, klapperen
kloven, doorklieven, klieven, splijten
kloven, doorklieven, klieven, splijten
knaagdier
knaap, jongen
knaap, jongen
knabbelen, afkluiven
knabbelen, afkluiven
knabbelen, afkluiven
knabbelen, afkluiven
knabbelen, afkluiven
knagen
knagen
knagen, knabbelen
knagen, knabbelen
knagen, knabbelen
knagen, knabbelen
knagen, knabbelen
knagen, knabbelen
knap, bevattelijk, intelligent
knap, bevattelijk, intelligent
knap, ontwikkeld, geleerd
knap, ontwikkeld, geleerd