słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 959
missen, mislopen, misgrijpen
missen, mislopen, misgrijpen
missen, mislopen, misgrijpen
missen, mislopen, misgrijpen
missen, mislopen, misgrijpen
missen, ontberen, derven
missen, ontberen, derven
missen, ontberen, derven
missie, opdracht, zending
missie, opdracht, zending
missionaris, zendeling
missionaris, zendeling
mistig, dampig, heiig, nevelig
misvatten, verkeerd begrijpen
misvatten, verkeerd begrijpen
misverstand
misverstand
mnemonisch
mnemonisch
mnemonisch
mnemonisch
mobiliseren
mode, modus, wijs
mode, modus, wijs
mode, modus, wijs
modelleren
modelleren
modelleren
modelleren
modelleren
modelleren
modelleren
modelleren, boetseren
modelleren, boetseren
modelleren, boetseren
modelleren, boetseren
modelleren, boetseren
modem
modem
moderniseren
moderniseren
modificatie, bewerking, aanpassing
modificatie, bewerking, aanpassing
modificatie, bewerking, aanpassing
modificatie, bewerking, aanpassing
modiste, modemaakster
moeilijk, lastig, slim
moeilijk, lastig, slim
moeite, poging
moeite, poging