słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 879
pil
pilletje
pilletje
pimpelen, drinken, zuipen
pimpelen, drinken, zuipen
pimpelen, drinken, zuipen
pimpelen, drinken, zuipen
pinda, apenoot, aardnoot
pinda, apenoot, aardnoot
pingelen, afdingen, marchanderen
Pinksterfeest, Pinksteren
pinnig, hebzuchtig, gierig, inhalig
pion
pion
pion
pion
pion
piramide
piramide
piramide
pisang, banaan
pissen, een plas doen, piesen
pistool
pistool
pit, kern
pit, kern
pit, kern
pit, kern
pit, kern
pit, kern
pit, kern
pixel
pizza
plaag
plaat, plak, tablet
plaats, dorp
plaats, erf, binnenplaats, hof
plaats, oord, lokaal, plek
plaats, oord, lokaal, plek
plaats, oord, lokaal, plek
plaats, oord, lokaal, plek
plaats, oord, lokaal, plek
plaats, oord, lokaal, plek
plaats, oord, lokaal, plek
plaats, oord, lokaal, plek
plaats, oord, lokaliteit, ruimte
plaats, oord, lokaliteit, ruimte
plaats, oord, lokaliteit, ruimte
plaats, oord, lokaliteit, ruimte
plaatsbewijs, biljet, kaartje