słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 1509
versleutelen
versleutelen
versnelling, acceleratie
versnelling, acceleratie
versnelling, acceleratie
versnelling, acceleratie
versnelling, acceleratie
versomberen, donker worden
versomberen, donker worden
verspild
verspild
verspild
verspild
verspreiden, verbreiden, afgeven
verspreiden, verbreiden, afgeven
verspreiden, verbreiden, afgeven
verspreiden, verbreiden, afgeven
verspreiden, verbreiden, afgeven
verspreiden, verbreiden, afgeven
verspreiden, verdunnen
verspreiding, propaganda
verspuiten, opspatten, stuiven
verstaan, horen, vernemen
verstand, geest, intellect
verstand, geest, intellect
verstand, geest, intellect
verstand, geest, intellect
verstandig
verstandig
verstandig
verstandig
verstandig
verstandig
verstandig
verstandig, vroed, wijs
verstening, fossiel
verstening, fossiel
versterving, abnegatie
versterving, abnegatie
verstoffelijken, materialiseren
verstoffelijken, materialiseren
verstoffelijken, materialiseren
verstoppertje
verstopping, constipatie, obstipatie
verstopping, constipatie, obstipatie
verstopping, constipatie, obstipatie
verstrikken, betrekken, verwarren
verstrooid
verstrooid
verstrooid