słownik wyrażeń holendersko - polskich
| a |b |c |d |e |f |g |h |i |j |k |l |m |n |o |p |Q |r |s |t |u |v |w |x |y |z |
Znaleziono: 628
weg, baan, route
weg, baan, route
weg, baan, route
weggelaten
weggelaten
weglopen, wegrennen, drossen
weglopen, wegrennen, drossen
wegneming, amputatie
wegsmelten, dooien, ontdooien
wegsmelten, dooien, ontdooien
wegsmelten, dooien, ontdooien
wegsmelten, dooien, ontdooien
wegwijzer
weinig
weinig
weinig
weinig
weinig
weit, tarwe
weit, tarwe
wekelijks, elke week
wekelijks, elke week
wekelijks, elke week
wekken, wakker maken, opwekken
wekken, wakker maken, opwekken
wekken, wakker maken, opwekken
wekken, wakker maken, opwekken
wekken, wakker maken, opwekken
wekken, wakker maken, opwekken
wekken, wakker maken, opwekken
wekken, wakker maken, opwekken
wel degelijk, vast, bepaald, zeker
wel degelijk, vast, bepaald, zeker
wel, al, hoewel, ofschoon, alhoewel
wel, al, hoewel, ofschoon, alhoewel
wel, al, hoewel, ofschoon, alhoewel
wel, immers, zeker, toch
wel, immers, zeker, toch
wel, immers, zeker, toch
welbewust, bewust
welbewust, bewust
welbewust, bewust
welbewust, bewust
welbewust, bewust
welbewust, bewust
welbewust, bewust
welks, wie z'n, waarvan, wie d'r
welks, wie z'n, waarvan, wie d'r
wellevend, beschaafd, welgemanierd
Wels